FAQ Vereniging NLT


De volgende vragen zijn ons veel gesteld en worden hier onder beantwoord:

  1. Wat gaat de Vereniging doen?
  2. Waarom is zo'n Vereniging nodig?
  3. Waarom zou je als school lid moeten worden van de Vereniging?
  4. Hoe zit het met die contributie van 1500 euro?

1. Wat gaat de Vereniging doen?

De vereniging voert de volgende taken en activiteiten uit voor het behoud van NLT als kwalitatief hoogwaardig vak:

  • Beheer, onderhoud, vernieuwing en hercertificering van bestaande modules
  • Onderhoud van een vakwebsite
  • Organisatie van de jaarlijkse landelijke NLT-conferentie
  • Onderhouden van contacten met en afstemmen van de activiteiten door de Regionale Vaksteunpunten NLT
  • Onderhouden van contacten met de NLT-ambassadeurs
  • Belangenbehartiging voor het vak bij o.a. Ministerie van OCW, lerarenopleidingen, vakverenigingen, universiteiten, hogescholen en bedrijfsleven
  • Stimuleren van de verdere ontwikkeling van NLT, o.a. door het (laten) doen van (evaluatie)onderzoek

 De volgende taken worden exclusief voor de leden uitgevoerd:

  • Nieuwe modules worden ontwikkeld en gecertificeerd
  • De besloten database[1] wordt onderhouden met de nieuwste versies van de bestaande modules, nieuwe modules en docentenhandleidingen
  • Toegang wordt verleend tot de besloten database, waarin ook staan: toetsen, een tool om het NLT-curriculum zodanig samen te stellen dat het voldoet aan het examenprogramma en een prikbord
  • Speciale professionaliseringsactiviteiten worden opgezet voor docenten, coördinatoren en TOA’s, zoals onderlinge audits, docentontwikkelteams en excursies
  • Een landelijk netwerk van NLT- scholen wordt onderhouden t.b.v. informatie-uitwisseling, kennisdeling, onderlinge ondersteuning en deskundigheidsbevordering
  • Informatie wordt verstrekt over alle relevante ontwikkelingen m.b.t. NLT via o.a. een verenigingswebsite en een nieuwsbrief
  • Een landelijk informatiepunt wordt beheerd waar leden terecht kunnen met vragen
  • Korting op de landelijke conferentie NLT

2. Waarom is zo'n Vereniging nodig? 

Zonder Vereniging NLT …

  • worden de bestaande NLT modules niet langer onderhouden, waardoor de actualiteit van de modules niet langer gegarandeerd blijft;
  • worden er geen nieuwe NLT modules ontwikkeld en gecertificeerd, waardoor nieuwe actuele ontwikkelingen niet naar modules kunnen worden vertaald;
  • wordt er geen jaarlijkse landelijke NLT conferentie meer georganiseerd;
  • is er geen instantie die primair de belangen van NLT behartigt: zonder 'natuurlijke eigenaar' van het vak NLT, is het voor andere partijen niet duidelijk met wie overlegt moet worden over NLT; we denken bijvoorbeeld aan belangenbehartiging (o.a. bij het ministerie van OCW), maar ook aan ontwikkelingen zoals #onderwijs2032, waar NLT als voorbeeld wordt aangehaald.

2A. Zo'n vereniging is er toch ook niet voor andere "reguliere" vakken?

Bij andere vakken worden deze activiteiten verricht door de methode-uitgevers en door beroepsverenigingen (zoals bijv. de NNV voor natuurkunde,  de KNAG voor aardrijkskunde, etc.). In de aanloop naar de oprichting van de vereniging is een scenario onderzocht waarbij ook voor NLT de ontwikkeling en belangenbehartiging bij uitgevers en beroepsverenigingen werd gelegd. Dit bleek echter geen wenselijke optie.

Het beleggen van de ontwikkeling bij uitgevers was niet mogelijk: uitgevers gaven aan dat ze waarschijnlijk geen methode voor NLT op de markt zouden brengen; gebruikers vreesden dat een reguliere methode voor NLT ook een einde zou maken aan een aantal essentiële aspecten van het vak: grote keuzevrijheid in modules, doorlopende ontwikkeling van nieuwe modules over actuele onderwerpen, grote betrokkenheid van docenten en experts bij de ontwikkeling van modules

Het beleggen van de belangenbehartiging voor NLT bij bestaande beroepsverenigingen was ook niet optimaal: deze verenigingen staan primair voor hun 'eigen' vak (en doen NLT erbij) de belangenbehartiging wordt versnipperd over verschillende verenigingen, afstemming wordt lastig deze verenigingen communiceren wel met hun eigen (vak)docenten, maar de inspraak van nlt-docententeams / scholen is via hen niet gegarandeerd..

2B. Tot nu toe werd NLT toch ook niet door scholen betaald, waarom nu dan wel?

In 2005 heeft OCW geld beschikbaar gemaakt om NLT te ontwikkelen en te implementeren. In 2010 is een aanvullende subsidie gegeven om het vak verder te implementeren en te verankeren in het onderwijsveld. Vanaf het begin is duidelijk geweest dat het hier om een tijdelijke situatie gaat: de overheid betaalt ook geen structurele subsidie voor andere schoolvakken.


3. Waarom zou je als school lid moeten worden van de Vereniging?

1. Omdat je als school NLT aanbiedt en het belangrijk vindt om dit te blijven doen.

2. Omdat NLT een waardevol keuzevak is voor je leerlingen, maar ook omdat NLT het bèta-onderwijs van je school in z'n geheel versterkt: 

  • vanwege het nlt-team waarin docenten van verschillende bètavakken met elkaar samenwerken en uitwisselen
  • vanwege nlt als motor / proeftuin voor onderwijsontwikkeling in alle bètavakken (brede bèta-ontwikkeling)

3. Omdat je als school die NLT aanbiedt, wilt profiteren van de activiteiten die de vereniging exclusief voor leden onderneemt

De volgende taken worden exclusief voor de leden uitgevoerd:

  • Nieuwe modules worden ontwikkeld en gecertificeerd
  • De besloten database wordt onderhouden met de nieuwste versies van de bestaande modules, nieuwe modules en docentenhandleidingen
  • Toegang wordt verleend tot de besloten database, waarin ook staan: toetsen, een tool om het NLT-curriculum zodanig samen te stellen dat het voldoet aan het examenprogramma en een prikbord
  • Speciale professionaliseringsactiviteiten worden opgezet voor docenten, coördinatoren en TOA’s, zoals onderlinge audits, docentontwikkelteams en excursies
  • Een landelijk netwerk van NLT- scholen wordt onderhouden t.b.v. informatie-uitwisseling, kennisdeling, onderlinge ondersteuning en deskundigheidsbevordering
  • Informatie wordt verstrekt over alle relevante ontwikkelingen m.b.t. NLT via o.a. een verenigingswebsite en een nieuwsbrief
  • Een landelijk informatiepunt wordt beheerd waar leden terecht kunnen met vragen
  • Korting op de landelijke conferentie NLT

4. Omdat je als school die NLT aanbiedt, mee wilt praten en mee wilt beslissen over de toekomst van NLT.
Het gaat dan om vragen als: hoe bewaken we de kwaliteit, op welke gebieden willen we dat er modules ontwikkeld worden, tegen welke knelpunten lopen we aan en hoe zouden die met hulp van andere scholen aangepakt kunnen worden, etc.

5. Omdat je als school die NLT aanbiedt belang hecht aan netwerkvorming en uitwisseling met andere scholen / docenten die dat ook doen.
De Vereniging NLT biedt een natuurlijk platform, leden van deze vereniging vormen een netwerk, waarvan je als lid direct gebruik kunt maken.

6. Omdat veel scholen afwillen van teveel inmenging uit Den Haag en streven naar 'regelluwte'. Lidmaatschap van de Vereniging NLT sluit daar naadloos op aan: niet in Den Haag, maar op de scholen (verenigd in de Vereniging) wordt besproken wat er moet gebeuren en ook wat er niet hoeft te gebeuren.

7. Omdat je als school die NLT aanbiedt duidelijk wil maken dat de kwaliteit van dit schoolexamenvak op jouw school gewaarborgd is.
NLT is een schoolexamenvak. Dat biedt vele voordelen (zoals de keuzemogelijkheden binnen het curriculum), maar het vraagt ook om extra maatregelen om richting schoolleiding, ouders, inspectie, etc. te laten zien dat de kwaliteit gewaarborgd is. Lidmaatschap van de Vereniging betekent dat de school de kwaliteit van NLT belangrijk vindt en maakt het eenvoudiger om te laten zien dat aan deze kwaliteit gewerkt wordt (bijv. via onderlinge audits en via de door de Stuurgroep opgestelde kwaliteitscriteria, die in elk geval in eerste instantie door het Verenigingsbestuur zullen worden overgenomen).

8. Omdat je als lid van de Vereniging NLT docenten kunt laten mee-ontwikkelen aan NLT-modules of deel kunt laten nemen aan werkgroepen, waarvoor de school of de docent dan een vergoeding vanuit de vereniging ontvangt.
De Vereniging NLT zal diverse activiteiten ontwikkelen, waarbij de inzet van docenten nodig is. Deze activiteiten worden gefinancierd uit het Verenigingsbudget, de scholen waar de docenten van afkomstig zijn zullen dus een vergoeding krijgen voor de inzet van hun docenten. Bovendien zal deze inzet altijd zo vormgegeven worden, dat er ook sprake is van professionalisering van de docenten via de verenigingsactiviteiten. Scholen die lid zijn van de Vereniging NLT krijgen voorrang bij het aanmelden van docenten voor verenigingsactiviteiten. Actieve scholen zullen dus de investering (contributie) vaak deels terug kunnen verdienen via deelname van docenten aan ontwikkelnetwerken en werkgroepen of als testschool voor nieuwe modules.

Ten slotte: 
9. omdat je als school die NLT aanbiedt, inziet dat de Vereniging onmisbaar is voor het voortbestaan van NLT en je de mede-verantwoordelijkheid daarvoor niet uit de weg wilt gaan.


4. Hoe zit het met die contributie van 1500 euro?

De contributie is voor het eerste jaar vastgesteld op 1500 euro per school per jaar. Op de Algemene Ledenvergadering wordt jaarlijks de contributie voor het daaropvolgende jaar vastgesteld. Leden beslissen dus zelf mee over de hoogte van de contributie.

Bij het vaststellen van de contributie voor 2016 is uitgegaan van een benodigd budget van 200.000 euro per jaar (gebaseerd op ervaringen uit de afgelopen jaren, toen was het budget hoger, nl. 300.000 euro per jaar, maar de Vereniging maakt minder onkosten op het gebied van o.a. personeelskosten). Ervan uitgaande dat in het eerste jaar ongeveer 2/3 van alle geregistreerde NLT-scholen lid worden, komt de contributie uit op 1500 euro per school per jaar.

4A. Waar wordt het geld voor gebruikt?

Op de Algemene Ledenvergadering wordt een begroting (en in de daaropvolgende jaren ook een jaarafrekening) gepresenteerd aan de leden.

Ruim 75% van de inkomsten worden gebruikt voor ontwikkelactiviteiten die direct ten goede komen aan de leden: module-ontwikkeling, professionaliseringsactiviteiten, onderhoud en verdere ontwikkeling van de module-database, etc. Deels gebeurt dit via het bureau NLT (de opvolger van het Landelijk CoördinatiePunt), dat start met een bemensing van 0,4 fte en de vaksteunpunten, maar ook de leden zelf kunnen meewerken aan activiteiten en daarvoor een vergoeding ontvangen.

 De Vereniging zal daarnaast actief op zoek gaan naar donoren en subsidies om de lasten voor de leden te verlagen en/of de activiteiten voor de leden uit te breiden.

4B. Is 1500 euro niet een beetje veel? Het ontstijgt ruim het vaksectiebudget!

Gezien de activiteiten die de Vereniging onderneemt is het niet realistisch om de contributie van de Vereniging te vergelijken met of te vergoeden uit het vaksectiebudget voor NLT.
De schoolleiders van scholen die we gesproken hebben tijdens de veldraadpleging over de oprichtingsplannen gaven aan dat zij de contributie gingen vergoeden uit een combinatie van het boekengeld en het professionaliseringsbudget.

 De reikwijdte van het lidmaatschap van de Vereniging is groter dan alleen NLT.
Via NLT profiteren alle bètavakken op school van het lidmaatschap: delen van NLT modules worden vaak bij andere vakken of in projectweken gebruikt, NLT-docenten zijn ook vakdocenten dus professionaliseringsactiviteiten voor NLT hebben ook weerslag op de andere vakken; de samenwerking van NLT-docenten in een docenteam draagt ook bij aan de kwaliteit van het onderwijs in de monovakken (o.a. door betere afstemming).

4C. Waarom moeten alle scholen hetzelfde betalen? Waarom krijgen kleine scholen of scholen met weinig NLT leerlingen geen korting?

Tijdens de veldraadpleging over de oprichtingsplannen is met schoolleiders gesproken over de mogelijkheid van gedifferentieerde contributie. De schoolleiders die we gesproken hebben raadden dit af o.a. om de verschillende redenen:

  • Het is moeilijk te beslissen op grond waarvan gedifferentieerd zou moeten worden: grootte van de school, financiële situatie van de school, aantal leerlingen dat NLT heeft, aantal leerlingen met een N-profiel, schoolniveaus waarop NLT wordt aangeboden, etc. Met alles rekening houden kan niet, als je met het ene wel en het andere niet rekening houdt, blijft de eventuele ongelijkheid bestaan.
  • De ledenadministratie wordt ingewikkeld, wat meer administratiekosten/tijd met zich meebrengt, waardoor er minder tijd/geld overblijft om te doen waar de vereniging voor bedoeld is.
  • Als sommige scholen minder betalen, moeten andere ook meer betalen (om te kunnen doen wat je wilt doen), dan zou dus het nominale contributiebedrag nog verder omhoog gaan, waardoor weer meer scholen zouden kunnen beslissen om geen lid te worden.

Op grond van de veldraadpleging is besloten om de contributie voor iedereen gelijk te maken. Echter, ook hier geldt: de leden beslissen.

Als veel leden vinden dat er een systeem van differentiatie in de contributie moet komen, kan een voorstel hierover ontwikkeld en in de ALV ingebracht worden. Differentiatie betekent dan natuurlijk ook dat er scholen meer gaan betalen of voldoende andere subsidies worden aangeboord, tenzij het totaal aantal leden groot genoeg wordt, zodat de contributie omlaag kan.