Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Bekijk ons cookiebeleid
Invoeren op school

Nee, dat is niet verplicht. Het is echter wel aan te raden. Als geregistreerde invoerschool ontvangt u ondersteuning van het Landelijk Ontwikkelpunt NLT. Het ontwikkelpunt werkt mee aan kwaliteit, stimuleert regionale NLT-netwerken, geeft advies en houdt ontwikkelscholen op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Meer informatie

naar de top van de pagina

Eerstegraads docenten aardrijkskunde (met bekwaamheid in fysische geografie), biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn bevoegd het vak te geven. Het is de bedoeling dat het vak op een school gegeven wordt door een team van docenten uit deze vakken, waar mogelijk aangevuld met een informaticaspecialist. Meer informatie

naar de top van de pagina

De Stuurgroep NLT is van mening dat NLT het beste gegeven kan worden in een flexibele roosteromgeving. Gedacht moet eerder worden aan roostering op dagdelen of geconcentreerd in periodes van een paar weken zeer intensief. Een aantal aparte lesuren van 45/50/60 minuten per week is minder geschikt om het vak te geven. Zonder periodisering is een aantal modules wat lastiger aan te bieden, bijvoorbeeld als ze een grote onderzoeksopdracht bevatten.

naar de top van de pagina

Op diverse plaatsen in het land zijn (in totaal 10) regionale steunpunten voor NLT opgericht, vaak in combinatie met wiskunde D en soms ook informatica. Er zijn plannen om deze steunpunten in de toekomst uit te breiden naar andere bètavakken. Deze NLT-steunpunten ondersteunen docenten op verschillende manieren bij het invoeren van NLT. Ze proberen zoveel mogelijk vragen van docenten te beantwoorden en geven trainingen bij NLT-modules. Elk steunpunt beheert een aantal modules. Meer informatie

naar de top van de pagina

De examenprogramma’s zijn verschillend voor havo en vwo. Het is daarom niet mogelijk leerlingen dezelfde leerstof aan te bieden. Wel zijn er mogelijkheden om in één klas de havo-leerlingen met havo-modules en vwo-leerlingen met vwo-modules te laten werken.

naar de top van de pagina

Dit is niet wettelijk verplicht, maar wel aan te raden. Directies van scholen die zijn geregistreerd als invoerschool hebben zich bereid verklaard om docenten te faciliteren, o.a. voor het volgen van scholing. Gedacht wordt enerzijds aan inhoudelijke scholing (modulaire ondersteuning), aan vakdidaktische scholing (in verband met nieuwe werk- en toetsvormen) en aan scholing op het gebied van 'teamteaching'.

naar de top van de pagina

In november 2006 hebben alle scholen in Nederland van het Ministerie van OCW 32.000 euro ontvangen ter ondersteuning van de Tweede Fase per 2007. Sommige scholen hebben dit geld gebruikt voor de invoering van NLT. Voor invoerscholen die geen ontwikkel- of testschool zijn, is er geen extra financiële ondersteuning.

 

naar de top van de pagina

Dat is afhankelijk van de modules die een school kiest. De gecertificeerde modules zijn gratis beschikbaar voor scholen. In principe geldt dat deze uitgevoerd kunnen worden met materiaal dat op de meeste scholen aanwezig is of zonder al te veel kosten aangeschaft kan worden. NLT is een bètavak en zal dus een budget nodig hebben zoals dat voor bètavakken gebruikelijk is. Hetzelfde geldt overigens voor TOA-ondersteuning.

naar de top van de pagina

Er wordt niet uitgegaan van een ‘standaard groepsgrootte’, er is geen ideale groepsgrootte. In veel modules moeten leerlingen in kleine groepen samenwerken (twee tot vier leerlingen). Soms wordt daarbij tussen verschillende subgroepjes uitgewisseld.

naar de top van de pagina

Docenten die NLT geven, hebben tijd nodig voor overleg: met collega’s, met partners uit het hoger onderwijs en met andere scholen. Hierbij gaat het enerzijds om organisatie, collegiale consultatie en scholing en anderzijds om kwaliteitsborging. De Stuurgroep NLT gaat ervan uit dat elke NLT-docent hiervoor gefaciliteerd wordt met ten minste 50 uur op jaarbasis. Daarnaast is het zaak het rooster zodanig te organiseren dat er momenten zijn dat de docenten met elkaar kunnen overleggen.

naar de top van de pagina

Een vakoverstijgend bètalokaal is zeer aan te raden voor NLT. Net als bij de andere  bètavakken is TOA-ondersteuning onontbeerlijk (zie vraag 14).

NLT is een interdisciplinair vak en dat betekent dat er van veel verschillende apparatuur en materiaal gebruik gemaakt zal worden. Een deel daarvan zal al aanwezig zijn, maar voor sommige modules zullen ook instrumenten en materialen moeten worden aangeschaft. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van gecertificeerde modules is, dat deze uitgevoerd kunnen worden met apparatuur en materiaal dat op de meeste scholen aanwezig is of zonder al te veel kosten aangeschaft kan worden.

naar de top van de pagina

Op basis van onderzoek onder NTL-invoerscholen raadt het LOP invoerscholen aan, om Technisch Onderwijs Assistenten (TOA's) integraal deel te laten uitmaken van het NLT-team. Op die manier kunnen TOA's optimaal betrokken worden bij de voorbereidingen van NLT-lessen en kan het team gebruik te maken van hun deskundigheid, in het bijzonder voor technische delen van de modules. Vaak weten TOA's meer van techniek dan docenten en daarom kunnen ze goed ingeschakeld worden bij de technische onderdelen van modules (die door leerlingen vaak zeer gewaardeerd worden). Ook raadt het LOP aan TOA's voor NLT met uren te faciliteren: het voorbereiden van practica en technische opdrachten bij NLT vergt tijd, zeker als de module nieuw is. NLT modules bevatten veelal practica die niet eerder op een school zijn uitgevoerd.

naar de top van de pagina
Stel een vraag:
Velden met een * zijn verplicht.
*Captcha Image