Veel mensen hebben een beroep in de sport. Natuurlijk de sporters zelf, maar ook mensen die sportprestaties verbeteren door onderzoek en training. Bijvoorbeeld onderzoek naar de beste trainingsmethode, onderzoek naar de spieren en gewrichten die bij bepaalde bewegingen worden gebruikt, de voeding bij topsport en de technische verbeteringen aan materialen zoals schaatsen en zwempakken.
In deze module bouw je een sensor. Je gaat er de beweging van je kniegewricht mee analyseren bij het springen. De gegevens worden opgeslagen in een computer en verwerkt in een rapport. Ook besteed je aandacht aan voedingspatronen en ga je een eigen onderzoek doen.
In deze module komen veel vakgebieden samen. Je gebruikt elektriciteitsleer bij het bouwen van de sensor en het interpreteren van de resultaten. Biologie en scheikunde zijn nodig om de relatie tussen voeding en topsport te vinden. Wiskunde en informatica worden gebruikt om de springbeweging te beschrijven bij verandering in gewrichtshoeken en lineaire versnelling. De module bestaat uit practica, zelfstudie, theorielessen en internetopdrachten. De dingen die je leert en doet vat je samen in een portfolio.