Eeuwenlang zijn mensen al bezig geweest met het aan elkaar vastmaken van materialen. Dat varieert van het maken van kleding met behulp van pezen uit geslachte dieren en primitieve naalden, tot het hedendaagse gebruik van ultra¬moderne, computergestuurde machines waarmee Glare (zie verderop) wordt ge¬fabriceerd. Ook spijkers, schroeven en nietjes zijn typisch voorbeelden van manieren om materialen ‘mechanisch’ aan elkaar bevestigen.
In de module Lijmen en hechting kijk je naar chemisch-fysische bevestigingsmethodes: het gebruik van lijmen. Zeker moderne lijmen worden op verrassende manieren toegepast: in ziekenhuizen om bijvoorbeeld botsplinters weer vast te zetten, om slotjes van ortho¬dontische beugels op tanden vast te zetten, om vliegtuigen in elkaar te zetten, enz.
In de module verdiep je je in de chemische en de fysische achtergronden die bepalen of materialen wel of niet aan elkaar vastgeplakt kunnen worden. Houtlijm is geschikt om twee stukken hout aan elkaar te plakken, maar twee stukken ijzer lukt niet. Wat je waarschijnlijk niet weet, is dat je dit al kunt verklaren met de kennis van de scheikunde en de natuurkunde die je nu hebt.
In de lessen met deze module ben je bezig met het zoeken naar toepassingen van lijm in je naaste omgeving en met de theorie die nodig is om het lijmproces te begrijpen. Je gaat zelf een lijm maken, testen en beschrijven in een zogenoemd productblad. Daarna ontwerp je een zo sterk mogelijke houten brug. Tot slot bouw je deze brug met je eigen lijm.