De afgelopen jaren hebben de Hubble telescoop en de telescopen van ESO (European Southern Observatory) op La Silla en Paranal in Chili steeds spectaculairdere afbeeldingen van het heelal gemaakt. De telescopen zijn instrumenten die mooie afbeeldingen opleveren en sterrenkundigen in staat stellen om verder dan ooit het heelal in te turen en antwoorden te vinden op vragen als: ‘Wanneer zijn de eerste sterren ontstaan?’ en ‘Hoe zien andere sterrenstelsels er uit?’
Al eeuwenlang stellen wetenschappers zich dit soort vragen over het heelal. Draait de zon om de aarde, of is het andersom? Het blijkt dat de beschrijvingen die Kepler maakte voor de beweging van planeten in een baan om de zon ook algemeen te gebruiken zijn voor relatief lichte voorwerpen die om relatief zware voorwerpen draaien.
In het midden van het Melkwegstelsel wordt iets bijzonders waargenomen. In een donker gedeelte is een zeer sterke bron van radiogolven aanwezig, waar sterren met grote snelheid omheen cirkelen. Hoewel het trekken van conclusies uit dit soort waarnemingen in detail heel ingewikkeld is, is het wel mogelijk om het (in grote lijnen) zelf te doen.
In deze module ga je berekenen dat er in het midden van onze Melkweg, hoogstwaarschijnlijk, een zwart gat zit. Je doet dat met de door telescopen vastgelegde waarnemingen van de beweging van een ster. Met de formules van Kepler toon je aan dat er een grote massa in het centrum van de Melkweg is. Omdat daar geen heldere lichtbron is, kan deze massa niet in de vorm van een ster aanwezig zijn...